12 - 21 september 2002
Het is hier bijna 17.00 uur en we zitten in het postkantoor vlakbij het Tiananmen Plein in Beijing. Leuk detail: we zijn aan het internetten via het scherm van een oude pinnerette. Onze eerste monitor waar we ook een bankpas in kunnen stoppen....

We zijn na 5 uur wachten (stempeltjes zetten, treinwielen wisselen en veel formulieren invullen) de Chinese grens gepasseerd op 12 september. Onze eerste stop was Datong, een kleine stad met slechts 3 miljoen inwoners (is hier zoiets als Oegstgeest). Het moment dat we uit het station stapten was erg bijzonder: we zijn opeens in een totaal andere wereld gestapt en we werden door de bewoners ook bekeken alsof we van Mars kwamen. In Datong hebben we de Yungang caves bezocht (veel grotten met daarin veel Boeddha-beelden en uitgehakte tempels, 450 na Chr - erg mooi) een een hangend klooster (hangt aan de rotswand - geen randgroep klooster), ook erg bijzonder. We merkten al direct dat de taal nogal een barriere is.

Daarna met de nachttrein door naar Beijing, wat een behoorlijk schone en moderne stad is, wat we niet verwacht hadden. Veel mobieltjes enzo, en een heel flitsende metro (alleen niet zo'n groot metronetwerk). De bussen en treinen rijden goed op tijd (daar kan Netelenbos nog iets van leren i.p.v. bij Koop Tjuchem in het bubblebad te springen). In Beijing het eerst de Tiantan tempel bezocht (die van de Tijgerbalsem - symbool van Beijing), erg mooi. De volgende dag naar de Verboden Stad: is waarschijnlijk heel bijzonder, maar dan wel zonder hordes toeristen (qua sfeer dus niet echt geweldig).
De derde dag hebben we het goedgemaakt door op een onbedorven stuk Chinese muur te lopen (dus niet bij Badaling - voor de kenners). Het kostte wel drieenhalf uur enkele reis met diverse obscure Chinese bussen, maar gelukkig iedereen achter ons gelaten. Erg sfeervol en steil, helaas slecht licht voor foto's.
Daarna met de trein naar Chengde (ten noordoosten van Beijing - 4 uur treinen) waar het zomerpaleis van de keizer was. Paleis was een beetje vergane glorie, maar er waren wel veel Lamaistische tempels (we hebben nogal wat commentaar gehad op dit woord; we zullen in het vervolg 'Tibetaans' zeggen), o.a. een kopie van Potala in Lhasa.
Gisteren luierdag (weer terug in Beijing), wat boeken/foto's en andere zooi naar NL sturen (een belevenis bij het Chinese postkantoor - erg efficient).

Vandaag hebben we naar het keizerlijke zomerpaleis (ja, alweer een) gefietst in een stad met 12 miljoen inwoners en veel, heel veel fietsen. Dus dat was lachen (wel eens iemand van 2 meter op een Chinese fiets gezien?). Bij het zomerpaleis hebben we gewaterfietst (25 C en zonnetje).

Vanavond gaan we met de trein naar Pingyao, waar we morgenochtend aankomen en morgenavond vertrekken we dan naar Xi'an (Terracotta Leger).
21 - 24 september
Met een zere kont van het fietsen, de nachttrein naar Pingyao ingestapt. Zoals altijd vertrekt de trein stipt en komt-ie stipt op tijd aan. Pingyao is een van de best bewaarde middeleeuwse stadjes en was heel relaxed.
Gelukkig een ticket kunnen bemachtigen voor de volgende nachttrein naar Xi'an (van het Terracotta Leger). Er waren alleen nog 'hard seats' beschikbaar. In de trein kwamen we erachter waarom de literatuur aangeeft dat je deze het beste kunt vermijden: een grote zee van vuilnis, Chinezen en bezette stoelen gaapte ons aan. Omdat er nog een paar slaapplaatsen waren en ze behoorlijk zat van ons werden (we waren al 4x heen en weer met bepakking door de trein gelopen), werd het toch nog gezellig met een bedje.
De eerste dag in Xi'an post verstuurd (aankopen) en tickets gekocht. Verder niets gedaan (ja, echt waar). Vandaag een hoogtepunt: het Terracotta Leger bezocht. Iets mooiers onder een dak hebben we nog niet gezien en gelukkig foto's kunnen maken die niet in beslag genomen zijn.
Morgen vliegen we naar Dunhuang (dat ligt in het noordwesten, richting Urumqi op het kaartje hieronder) en gaan we verder met heerlijk nietsdoen; we hebben dat gevoel de laatste dagen aardig te pakken gekregen.
25 - 30 september
Met een klein vliegtuigje midden in de woestijn geland (mooie vlucht over de Gobi). Toen we beter keken, bleek het het vliegveld van Dunhuang te zijn. Een verademing na al die grote steden. Gezien: boeddhistische grotten (grootste boeddha was 34,5 meter). Ook hebben we heerlijk met onze sandaaltjes door het woestijnzand gelopen en ons vermaakt met de aanblik van Chinezen op een kameel (is zoiets als een Eskimo op een fiets, maar dan warmer).

Ticket for the boattrip on the Yellow river
Vervolgens in de hete namiddagzon een aanslag op ons gestel gehad door in een autobus zonder veren 130 km door de woestijn te racen. Bij aankomst 20 uur in een trein naar Lanzhou.
Gisteren vanuit Lanzhou met een boot over de Gele Rivier gevaren naar Bingling Si. In totaal 12 uur onderweg geweest om een uur iets te bekijken. Dus weer een heel nuttige dag (prachtige tocht).
En nu dan in Xiahe [sjiache] aangekomen, Tibetaans China. Dit schijnt de plek te zijn die het meest op Tibet lijkt buiten het (ex)land zelf. De eerste indruk is dat het klopt: veel Tibetanen die in hun beste kleding hier op pelgrimstocht zijn en 1200 monniken die het plaatselijke klooster Labrang bevolken. Daar gaan we morgen naar toe, na een koude nacht op 2500 meter hoogte.