|
1 - 8 oktober 2002
We zijn van Lanzhou naar Chengdu gereisd en hebben daarmee de overgang van Noord naar Zuid (tropisch) gemaakt. Met name 's nachts hebben we het erg koud gehad (wel zon overdag dus lekker bijgekleurd). Omdat het vakantie in heel China was, hebben we in Langmusi (ca. 2500 m hoogte) in een houten kot moeten slapen omdat het hotel vol was. Op een os en een ezel na, was het een soort kerstverhaal. Onze 3 wijzen (kamergenoten) kwamen uit China (1), en Denemarken (2). Wel gezellig.

De dagen waren gevuld met veel bezoeken aan mooie Tibetaanse kloosters (Xiahe en Langmusi) die vol zaten met monniken (geelmutsen) en pelgrims, met op de achtergrond besneeuwde bergtoppen, naaldwouden en stromende beekjes. We hebben van dichtbij het leven in het klooster kunnen meemaken; lessen, meditaties, muziek. Dit stond garant voor heel veel sfeer en stapels foto's.
Ook heel bijzonder was een bezoek aan een 'Sky Burial' plaats. Hier vinden Tibetaanse begrafenissen plaats waarbij de overledene in stukken gehakt wordt en aan de gieren wordt gegeven.
Wat minder plezierig was, waren de hobbelige busreizen (25 km per uur) over onverharde wegen. Met name de rit tussen Langmusi en Songpan was erg spectaculair: over de bergpas met een razende sneeuwstorm, over modderige wegen met een Chinese bus die dus niet APK gekeurd was. Daarna zijn we over een uitgestrekte hoogvlakte,die door Tibetaanse nomaden met grote yakkuddes bewoond wordt, naar Songpan gereisd. Het idee van avontuur begon een beetje tot ons door te dringen.
In Songpan zijn we een dag te paard de bergen in getrokken. Met name het uitzicht op de besneeuwde bergen (tot 5588 meter hoogte) was erg indrukwekkend. Op ongeveer 3200 meter hoogte hebben we een heerlijk maal verorberd, bereid door onze gids (water uit beekje, sprokkelhout voor vuurtje).
8 - 16 oktober 2002
Laten we beginnen met de leus van de dag:
"Be progressive, polite and contriburary to the glory of Chengdu".
We worden aangenaam verrast op elke straathoek met dit soort motiverende teksten, dus ook wij doen ons best. Het viel echter niet mee omdat we de eerste dag in Chengdu allerlei regeldingen te doen hadden, die ons zwaar vielen in een stad zonder straatnamen en goede antwoorden op onze waarschijnlijk foute vragen.
 The nighttrain from somewhere to somewhere
De volgende dag hebben we een bezoek aan de reuzenpanda's gebracht wat alles goedmaakte. Samen met de orang oetang blijkt dit een van de weinige dieren die even ontroerend als vermakelijk zijn, gekoppeld aan een hoge aaibaarheidsfactor. We zijn met rokende camera weer weggegaan.
De rest van de tijd in Chengdu hebben we besteed aan een tempel, antiekwinkels (tai gui le = te duur) en een waanzinnige attractie in het Renmin park. Deze was zo adembenemend dat hij met geen toetsenbord te beschrijven is (een combinatie van Terminator 3 en Dagboek van een Herdershond).
Daarna met de bus naar een heilige berg: Emei Shan. Veel bamboe, mist, riviertjes, tempeltjes en zere voeten. Helaas geen uitzicht i.v.m. laaghangende bewolking (een soort God's Window part II).
Vanuit daar ook een dag naar Leshan: de grootste Boeddha ter wereld! De eerder genoemde mist dreigde roet in het eten te gooien, maar gelukkig toonde hij zijn grootsheid (71 meter) in de loop van de middag.

14 oktober in Lijang aangekomen, na een voorspoedige reis met nachttrein en bus over een weg waar honderden Chinese wegwerkers een ruine van hadden gemaakt en er niet uitzagen alsof ze er nog verder iets aan wilden doen. In combinatie met een aardverschuiving door de regen duurde de rit 12 i.p.v. 7 uur. Gelukkig hadden de Chinezen ons weer de 'beste' plaatsen in de bus verkocht (achterbank). Toen we aankwamen voelden we ons alsof er iemand aan ons zou vragen: "Doctor Livingstone, I presume?" maar in plaats daarvan kwamen we in een soort Chinees Valkenburg.
Bleek dat er in Lijang ook een vliegveld is en een expressway van de andere kant, dus aan Chinese toeristen geen gebrek.
Omdat het weer niet zo geweldig is (het regent) doen we niet veel (beetje emailen, foto's laten ontwikkelen, etc.) en bijpraten met onze Deense stalgenoten uit Langmusi die we hier weer tegenkwamen (klein land). Als het weer zo blijft gaan we 17 oktober naar Zhongdian, verder de bergen in.
17- 22 oktober 2002
Het was gelukkig toch nog goedgekomen met het weer. Vanuit Lijang konden we overal de sneeuwwitte top van de Yulong Xueshan (5596 meter) zien. Dus zijn we op 17 oktober meteen de berg opgegaan. Het eerste stuk gaat per kabelbaan. Bijzonder spectaculaire rit langs afgronden en gletsjers. Daarna sneeuwballen gegooid en tot het hoogste punt, 4680 meter geklommen. Het uitzicht was letterlijk adembenemend. Vooral ook leuk om Chinezen met zuurstofflesjes en glimmend gepoetste schoenen met de klim te zien worstelen.
Daarna per bus verder naar het noorden de bergen in naar Zhongdian, bijna het einde van de wereld, dus bijna geen toeristen. In Zhongdian is een groot Tibetaans klooster (ja ja alweer) waar we met onze neus in de yakboter vielen. Er was net een dienst aan de gang waar we getuige van konden zijn. Ter plaatse ook nog een kaarsje voor jullie gebrand.
Inmiddels zijn we na een flink aantal uren bussen weer in de bewoonde wereld aangekomen; Dali. Hier genieten we even van de rust en het uithangen van de toerist (excursies!). Mooie markt van het Bai-volk bezocht in Shaping, dus weer veel te veel foto's.
Vanochtend het plaatselijke meer opgegaan met een visser die met aalscholvers vist. Erg leuk, met twee Belgen in een klein bootje volgeladen met vogels die vervolgens duiken naar vissen en ze niet kunnen inslikken vanwege een touw om hun nek. Een deel van wat ze vangen mogen ze opeten en de rest moeten ze inleveren.
23 oktober - 2 november 2002
Op 24 oktober hebben we nieuwe maximumsnelheden bereikt met de bus naar Kunming. Er bleek namelijk een snelweg in dit land te zijn. Gelukkig hebben we eerst anderhalf uur gewacht tot de bus vol was, zodat we toch nog aan onze 'normale' reistijd kwamen.
Kunming was erg aangenaam (ca. 4 miljoen inwoners) om een paar dagen te vertoeven. Hier hebben we besloten om toch niet de grote omweg naar de Yangtze te maken (over de rivier) maar wel een stop in de provincie Guizhou (Great South East Coal Sea) op de weg naar Zuid-Oost China. Guizhou maakte alles waar wat het beloofde: mist, regen, treurigheid, een sporadische toerist, precies datgene waar we aan toe waren na een vrij drukke route door een van de meer bezochte gebieden in China (Yunnan). We hebben hier de grootste waterval van China bezocht, in Anshun.
Van daaruit met beruchte hard seat plaatsen in 21 uur naar Guilin gekacheld (viel erg mee), en vervolgens door naar de prachtige rijstterrassen van Ping An. Daar hebben we een nachtje in de bergen geslapen in een van de 'superb minority villages' (Lonely Planet taal). Eergisteren (31 oktober) in Yangshuo aangekomen. Dit is een van de stops voor Westerse groepsreizen (want ligt midden in een mooi gebergte en aan een rivier), dus een van de drukstbezochte plaatsen die we aangedaan hebben, maar toch relaxed: we kunnen weer met bestek eten, Engels praten, op een toilet zitten, etc.

3 - 6 november
In Yangshuo hebben we het lekker rustig aan gedaan. Beetje op een terrasje zitten en af en toe een stukje fietsen. We hebben wel voor het eerst sinds augustus weer hard gewerkt: we werden gevraagd tijdens een van onze fietstochtjes, om met de rijstoogst mee te helpen. Het was behoorlijk zwaar voor onze verwende westerse lijven, maar het voelde goed om weer eens betaald te krijgen (een halve grapefruit).
Daarna met de op 1.65m berekende sleeperbus naar Guangzhou (6 miljoen inwoners). Het staat bekend als de stad waar ze zo'n beetje alles eten, dus we hebben goed gekeken wat we op ons bord kregen. Hier hebben we een dagje rondgekeken in het voormalig Engelse koloniale gedeelte.
|