15 - 20 november 2002
Op 15 november zijn we de Vietnamese grens gepasseerd bij Dong Dang. Na de niet te onderschatten formaliteiten (we blijven in communistische sferen) zijn we door de tweelingbroer van Fidel Castro, in een auto die nog in de "Streets of San Francisco" werd gebruikt, naar een bus voor Hanoi gebracht.
Het is moeilijk in een paar woorden te beschrijven wat de eerste indrukken zijn. In ieder geval is het toch weer een totaal ander land, al zijn de rijstvelden hetzelfde gebleven.
Hanoi is, op 1 miljoen motorfietsjes na, een erg aangename stad met veel Franse invloeden (lekkere petit pain 's ochtends). Wat wel erg wennen is, zijn de grote aantallen toeristen die hier 'toertjes' horen te doen. Wij hebben dit natuurlijk ook geprobeerd en zijn op excursie naar Halong Bay geweest en hebben een nacht op een eiland geslapen. Mooie omgeving, maar alles was erg georganiseerd in een grote groep westerlingen. Na 2 maanden China viel dat niet mee.

21 november - 1 december 2002
Op 20 november zijn we met de nachttrein naar Lao Cai in Noord-Vietnam gegaan, aan de grens met China. We kwamen 's ochtends om 05.30 uur aan. Er stonden zo'n 20 busjes naar de belangrijkste bestemming van Noord-Vietnam: het bergdorp Sapa. We besloten daarom naar Bac Ha te gaan (bergdorp de andere kant op) met de lokale bus van 06.30u.
Eindelijk alleen met Vietnamezen in een bus (en kippen en duiven enzo). In Bac Ha hebben we heerlijk 4 dagen naar bergdorpjes gewandeld en lokale markten bezocht. Vooral de markt van Can Cau was erg bijzonder: veel kleurrijke bergvolken uit de omgeving, beetje een Inca-sfeer.
Met de nachttrein weer terug naar Hanoi, nu een klasse goedkoper. De ramen van Vietnamese treinen zijn getralied, omdat er regelmatig stenen naar binnen worden gegooid. Geinig want in Nederland staan er alleen bordjes dat je niets uit de trein mag gooien.
De nachttrein was koud en tochtig, dus terug in Hanoi 3 dagen in bed gelegen. Op 27 november hebben we de nachtbus naar Hue genomen, Midden-Vietnam, ondanks nog steeds brakke gezondheid. In Hue knapten we gelukkig op (warmer). Hue is een oude hoofdstad van Vietnam en ze zijn in het gelukkige bezit van een soort Verboden Stad en meerdere graftombes van keizers uit de Nguyen dynastie. Erg indrukwekkend en in een mooie staat van tropisch verval. Zo moet Angkor Wat er ook ongeveer uitzien.
Omdat we vanaf Hanoi vrijwel alleen regen hebben gehad, zijn we bij onze volgende stop, Danang - waar we alleen een museum wilden bezoeken- , snel in een taxi naar China Beach gestapt (van een of andere TV-serie; waar de Amerikanen R&R hadden), aangezien hier eindelijk de zon van harte schijnt. Omdat in heel Vietnam de regen uit de hemel valt, is ons 'jee-het-is-al-weer-december-gevoel' extra plezierig.
2 - 10 december 2002
Op 2 december hebben we een heerlijk dagje vakantie genomen: op het strand gelegen, een museum bezocht en 's avonds naar de verhalen van Amerikaanse Vietnam-veteranen geluisterd.
Daarna zijn we langs de kust naar het zuiden afgezakt, tot Ho Chi Minh City (Saigon). We hebben o.a. de oude Cham hoofdstad My Son bezocht; mooie tempelruines, overwoekerd door de jungle. Dat was een leuke opwarmer voor Angkor Wat.
Na 1 nachtje Saigon zijn we in een bootje gestapt en de Mekong Delta opgevaren. We hebben een paar dagen met een bijzonder leuk en gevarieerd gezelschap rondgedobberd en o.a. drijvende markten bezocht. Toen zijn we met de boot de Mekong stroomopwaarts opgevaren, de Cambodjaanse grens gepasseerd, en in Phnom Penh aangekomen.
Een van de verrassingen van deze reis zijn de grensovergangen over land. Er heerst altijd een aparte sfeer in grensplaatsen (kijk maar naar Budel en Enschede): het ene land houdt langzaam op (de weg wordt slechter) en het andere land begint langzaam (de weg wordt beter). Het valt hier extra op omdat de meeste landen hier pas de laatste paar jaar weer vriendelijk met elkaar omgaan.